Kinderen die niemand wil ……………..De situatie is zorgwekkend want deze kinderen en jongeren raken vaak tussen wal en schip. Ondanks pogingen van hulpverleners om passende zorg te bieden, stuiten ze op gesloten deuren en bureaucratische barrières. Ouders en verzorgers voelen zich machteloos terwijl de jongeren in een vicieuze cirkel belanden waarin hun problemen steeds verder verergeren. Het gebrek aan structurele oplossingen leidt ertoe dat zij geen stabiele plek vinden waar ze tot rust kunnen komen en aan hun herstel kunnen werken.
Het gaat over kinderen die soms niet meer thuis mogen wonen, gevlucht zijn, die van instelling naar instelling worden gesleept, ten onrechte in de gesloten jeugdzorg komen (omdat die acceptatieplicht hebben). Daar horen ze niet thuis omdat ze ernstig getraumatiseerd zijn en hulp nodig hebben. Zoals een jongere ooit zei: ‘ik had hulp nodig maar ik werd opgesloten’. Dit moet anders, maar gemeenten worstelen met ontbrekende plekken en bedenken dan dat we die jongeren met 1 op 1 begeleiding wegzetten in huisjes in de bossen, zonder school, zonder dagbesteding, zonder hobby’s en sport, zonder vriendjes en zonder perspectief met alleen “bewakers”.
Lopen ze weg dan zijn meiden vaak de klos als het om seksueel geweld en uitbuiting gaat en jongens worden vaker geronseld voor criminele activiteiten.
Als organisatie zoek je dan naar een weggelopen kind of jongere die zich niet veilig voelen in een instelling, niet de warmte kennen van een familie en tóch probeer je als organisatie ze te vinden, omdat het op straat niet veilig is voor dit soort kwetsbare jongeren.
Soms moet je afwegen wat het minst is van twee kwaden. In zulke situaties is het vaak niet mogelijk om een volledig positieve keuze te maken, dus kies je voor de optie die het minste nadeel oplevert. Je kunt het vergelijken met kiezen tussen twee bittere pillen: uiteindelijk zoek je naar de oplossing die het minst pijn doet.